Vanaf nu loop je niet meer weg!

Niels was een wat slungelige jongen met heel veel humor. Regelmatig moest ik op een onverwacht moment heel hard om hem lachen. Hij kon zomaar na een (waarschijnlijke voor hem te saaie) uitleg ontzettend droog uit de hoek komen. Hij had een plaats achter in de klas gekozen. Waarschijnlijk om niet steeds in mijn gezichtsveld te zitten. Prima. Maar wat hij niet wist is dat ik toch wel alles van hem zag. In de loop van de jaren voor de klas heb ik wel geleerd om goed het overzicht te houden. Hij kwam iedere dag met een busje naar school, net als andere kinderen uit mijn groep. Soms werd hij gebracht door zijn vader en moeder. Vaste routine was dan om even in zijn laadje te kijken of daar nog brieven lagen die hij al lang mee had moeten nemen naar huis. Wanneer er dan weer zo’n brief was gevonden had Niels altijd dezelfde opmerking: “Ik moet aan zoveel dingen denken, dan gaan er wel eens dingen mis”. Later, toen bleek dat hij te vaak dingen vergat om mee te nemen, maakten we de afspraak om alle correspondentie te mailen. Daarvan was Niels niet op de hoogte.


Een hele intelligente jongen met twee hele ontwikkelde ouders. Een typisch voorbeeld van hoe hoogbegaafdheid en erfelijkheid met elkaar te maken hebben.
Toch was Niels soms ook een onuitstaanbare jongen. Dat was op de momenten dat hij dingen moest doen waar hij geen zin in had. Of die hij moeilijk vond. Een bekend probleem bij hoogbegaafde kinderen. Ze hebben vaak niet geleerd om ergens moeite voor te doen en als ze wel ergens de tanden in moeten zetten, dan schakelen ze onmiddellijk hun ontduikingsmechanisme in. Niels had dit tot in perfectie ontwikkeld. En meestal ging dat dan vergezeld van heel veel boosheid en geschreeuw. Toen ik als nieuwe leerkracht in de groep kwam hadden ze me daarvoor al gewaarschuwd. “Eddy, hou die Niels in de gaten, want die loopt heel vaak boos door de school en is dan niet aanspreekbaar”.
Ik kan me nog heel goed herinneren dat hij bij mij voor de eerste keer uit zijn vel vloog. Na een schijnbaar normale opmerking van mij: “Je werktempo is dik onder de maat”, stond hij op en smeet zijn boeken van tafel. Met veel show ging zijn stoel tegen de grond, liep naar de deur, liep de gang op, kwam terug en smeet de deur heel hard dicht. De andere kinderen waren er waarschijnlijk al aan gewend, geïllustreerd door de opmerking van Jessica: “Niet op letten Eddy, dit doet hij vaker”. Ook daar moest ik dan weer heel hard om lachen.


En jawel, na ongeveer een uur kwam hij weer terug alsof er niets gebeurd was, legde zijn spullen op tafel en ging aan het werk. 
Maar toen het twee dagen later weer gebeurde en die dag erop weer, was voor mij de maat vol. Ik vind het niet acceptabel dat wanneer de frustratiegrens is bereikt er met spullen wordt gegooid en met deuren wordt gesmeten. En die frustratiegrens zoeken we als leerkrachten heel bewust op bij hoogbegaafde kinderen, omdat ze moeten leren hiermee om te gaan. 


Dus na zijn derde uitbarsting ben ik achter hem aangelopen. Ik moest wel even zoeken, maar na een paar minuten vond ik hem achter het toneelgordijn in de gemeenschappelijke ruimte. Het werd nog even een spel, want toen ik hem in beeld had, probeerde hij weer te vluchten. “Als je er nu weer vandoor gaat, heb je heel groot probleem met me”, beet ik hem toe. Hij bleef staan en liet toe dat ik naar hem toe kwam.
“Je gaat nu met me mee de klas in, gaat daar zitten en laat me mijn werk doen”, “dat is namelijk lesgeven”. Niels ging rustig mee en zowaar hij ging zonder te mopperen op zijn plek zitten. Natuurlijk volgde er in de middagpauze een gesprek met hem. Tijdens dit gesprek werd heel erg duidelijk dat hij moeilijk kon omgaan met druk en opgelegde opdrachten. Volgens hem had hij daar al heel lang last van. Ik moest wel heel erg inwendig lachen toen hij ook nog zei: “En die vorige juf van mij die kon mij ook gewoon niet aan”. 
“Denk je dat ik je aankan?”, vroeg ik hem. Toen verscheen er ook een lach op zijn gezicht. “Ik denk het wel, want je wordt niet heel erg boos en ben wel heel erg duidelijk”. 


Afgesproken werd dat wanneer hij weer boosheid voelde opkomen, hij me dit zou melden. Maar dat het nooit meer mocht voorkomen dat hij zijn show weer ging opvoeren. Ik snapte zijn frustratie wel en waarschijnlijk was dit voor hem genoeg om er vertrouwen in te hebben dat ik hem daarbij kon helpen.


En hoe ongelooflijk het ook klinkt. Het is niet meer voorgekomen. Natuurlijk bleef hij op sommige momenten gefrustreerd. Zijn uitvlucht was dan om even op zijn computer te werken aan zijn werkstuk of presentatie. Want dat vond hij heel erg leuk. Er werd een maximale “vluchttijd” afgesproken van 15 minuten. En Niels hield zich daar heel goed aan.
Hij leerde dat hij wel degelijk zijn boosheid in de hand kon houden en toonde dan een grote smile wanneer ik tijdens mijn rondes mijn hand op zijn schouder legde en zei: “Niels, ik ben trots op je”.


Duidelijk naar kinderen zijn en uitleggen wat je van hen verwacht, vermengd met complimenten en vooral heel veel humor zijn volgens mij de ingrediënten voor een goed groepsklimaat. Maar vooral persoonlijk contact met ieder kind.