Hoogbegaafdheid - Onderpresteren

Waarom dit onderwerp?

Onderpresteerders zijn een probleemcategorie. Hun prestaties op school zijn erg wisselend of onder de maat. Zij presteren ver onder hun kunnen. Tijdens een IQ-test worden zij soms niet als hoogintelligent herkend. Zij vertonen afwijkend gedrag in de klas of somatische klachten. Onderpresteren is een vaag probleem dat tot veel misverstanden leidt.

Onderpresteren is te omschrijven als een verschil tussen de schoolprestaties van het kind en de prestaties, die op grond van zijn werkelijke capaciteiten verwacht zouden mogen worden.

Als een kind langdurig onder zijn niveau wordt aangesproken, kan dit tot gevolg hebben, dat het kind zijn motivatie om te leren verliest en zich niet langer inspant bij het uitvoeren van taken, met als gevolg onderpresteren.

Het onderwijsaanbod op de meeste scholen maakt dat (hoog)begaafde kinderen eigenlijk voortdurend onder hun eigen niveau presteren. Wanneer deze situatie lang voortduurt, kan dit ertoe leiden dat de kinderen uiteindelijk zelfs onder het niveau van de groep gaan presteren.

Twee vormen van onderpresteren

De meeste onderpresteerders doen dat op een manier, die het minst opvalt, zij passen zich aan het klassengemiddelde aan. Bij een hoger klassengemiddelde presteren zij nog redelijk goed. Bij een laag klassengemiddelde presteren zij zwaar onder hun niveau.

-  Bij de relatieve vorm van onderpresteren functioneert het kind boven het klassengemiddelde, maar toch onder zijn eigen niveau. Deze kinderen zal men niet gauw een onderpresteerder noemen, want ze behoren immers bij de besten van de klas.

-  De absolute onderpresteerder . Het kind gaat onder het klassengemiddelde presteren. Toch heeft dit kind, relatief gezien, nog de meeste kans om “ontdekt” te worden. Bij deze kinderen zie je vaak een grote discrepantie tussen het mondelinge en schriftelijke taalgebruik. De ouders hebben het idee, dat hun kind op school veel beter zou kunnen presteren, dan dat het doet. Naarmate het kind langer op school is, kunnen de matige resultaten vergezeld gaan van gedragsproblemen. Het kind kan zich in de klas als stoorzender gaan gedragen.

Checklist voor onderpresteerders

Een goed hulpmiddel bij de signalering van onderpresteerders is een specifieke checklist voor onderpresteerders. Er worden een aantal kenmerken genoemd, die typerend zijn voor deze leerlingen. Hoe meer kenmerken aan een leerling toegekend kunnen worden, des te groter is de kans, dat de leerkracht te maken heeft met een onderpresterende leerling.

Positief

  • 1. begrijpt en onthoudt moeilijke informatie wanneer het wel geïnteresseerd is

  • 2. leest veel of verzamelt in zijn vrije tijd op andere manieren veel informatie

  • 3. presteert significant beter op mondelinge dan op schriftelijke overhoringen

  • 4. kent veel feiten en heeft een grote algemene ontwikkeling

  • 5. komt goed uit de verf bij individueel onderwijs op maat

  • 6. is creatief en heeft een levendige verbeelding

  • 7. ontwikkelt thuis op eigen initiatief allerlei activiteiten

  • 8. heeft een brede belangstelling en vindt het leuk om dingen te onderzoeken

  • 9. is gevoelig

Negatief

  • 1. presteert op school redelijk tot slecht ( soms alleen onder het eigen niveau)

  • 2. heeft zijn huiswerk niet af of slecht gemaakt

  • 3. is vaak ontevreden over zijn eigen prestaties

  • 4. heeft een hekel aan automatiseren

  • 5. vermijdt nieuwe leeractiviteiten uit angst om te mislukken

  • 6. heeft minderwaardigheidsgevoelens, kan wantrouwend of onverschillig zijn

  • 7. doet niet graag mee aan groepsactiviteiten, heeft het gevoel dat niemand  hem mag

  • 8. doelen worden door het kind te hoog gekozen zodat falen hieraan geweten  kan worden

  • 9. is snel afgeleid en impulsief

  • 10. staat afwijzend of onverschillig tegenover de school

  • 11. wil niet geholpen worden, wil zelfstandig zijn

  • 12. neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn eigen daden of wijt mislukken  aan anderen

  • 13. verzet zich tegen autoriteit

Hoogbegaafdheid: Uitgangspunten

Wanneer is een kind hoogbegaafd? Hoe herken je hoogbegaafdheid? Voor zowel ouders als leerkrachten is hoogbegaafdheid soms lastig te herkennen.
Toch zijn er wel enkele aanknopingspunten.

We gaan uit van het Triadisch model van Renzulli (1985):
Een kind (en volwassene) is hoogbegaafd als het IQ hoger is dan 130, als er sprake is van motivatie om dingen te (willen) onderzoeken en te bestuderen én als iemand creatief kan denken, dat wil zeggen op een originele manier dingen kan aanpakken.

Een ander gangbaar model van (hoogbegaafdheid) in Nederland is het Meer-factoren-Model van Hoogbegaafdheid (Mönks 1995.)
Het model geeft aan wat belangrijke factoren zijn die hoogbegaafdheid bepalen; namelijk hoge intelligente capaciteiten, motivatie en creativiteit, en daarnaast beïnvloeding van school, gezin en vrienden. Motivatie laat zich vaak niet op school zien doordat de lesstof niet uitdagend genoeg is. Daardoor lijkt het alsof een kind weinig initiatief toont.

Profielen van hoogbegaafde leerlingen

Door Betts & Neihart (1988) is een indeling gemaakt van profielen van hoogbegaafde leerlingen. Deze indeling is gebaseerd op jarenlange praktijkervaring in begeleiding van hoogbegaafde leerlingen in het onderwijs. In hun omschrijving geven Betts & Neihart niet alleen aan welk gedrag kenmerkend is voor de betreffende categorie, maar ook welke begeleiding van school uit gegeven zou moeten worden. Zij komen tot zes typische profielen.

Klik op deze link voor een overzicht van de profielen